enerzijds, anderzijds

Voorrang voor starters op de woningmarkt?

Starters komen moeilijk aan bod op de woningmarkt. Koopwoningen zijn niet meer te betalen, de huren in de vrije sector rijzen de pan uit, en op een sociale huurwoning moet je zo lang wachten dat je al in een andere levensfase bent en vaak te veel verdient als je aan de beurt bent. Wat te doen? Moeten we starters extra steunen? Moeten ze misschien zelfs voorrang krijgen? Of is loten een optie? Vier visies op een actueel én jarenoud probleem.

Vincent Gruis,
hoogleraar Housing Management TU Delft
?

‘Big data kunnen helpen’

“Dit is zo’n weerbarstig onderwerp… hier is al héél veel over gebraind de afgelopen jaren, praktisch alle ideeën zijn al wel de revue gepasseerd. Wat eigenlijk zou moeten is: radicaal verdubbelen van de nieuwbouwproductie. Dat zou het meest effectief zijn. Maar dat lukt niet, dus moet je op zoek naar alternatieven.
Ik denk zelf aan financiële arrangementen voor starters, zoals constructies tussen huur en koop in. Aan andere hypotheekvormen. Aan het op gang brengen van doorstroming. Vooral daar ligt een opening. Vanouds werken corporaties reactief: ze verhuren een woning als iemand daarom vraagt. Je zou dat kunnen veranderen: mensen gerichter zelf benaderen, bijvoorbeeld ouderen die best willen verhuizen.
Big data kunnen daarbij een rol gaan spelen. Uit verhuisgedrag en allerlei andere gegevens kun je inzichten opdoen over woonvoorkeuren, en daar gericht op inspelen. Technologie biedt kansen die je vroeger nog niet had. Ik wens woningcorporaties dus vooral goede marketeers toe. Ga denken vanuit mensen en individuen, in plaats vanuit systemen. Hier is nog een wereld te winnen.”

Ruth Nelemaat,
voorzitter Adviesraad Haarlem, werkte dertig jaar in de corporatiesector

‘Label woningen voor jongeren’

“Eind jaren zeventig was ik als landelijk secretaris jongerenhuisvesting van de FNV nauw betrokken bij wonen voor starters – dat was ook toen al een probleem. Toen ging het om zogenoemde HAT-eenheden van 20 vierkante meter. Wat ik daarvan heb geleerd is dat we, als we al specifiek gaan bouwen voor starters, niet dezelfde fout moeten maken als toen. Met die kleine woningen viel later nauwelijks wat te beginnen. Ze bleken onverhuurbaar, konden niet goed worden samengevoegd tot grotere woningen.
Bouwen moet, en dan goed. Maar we zouden ook bepaalde woningen kunnen labelen voor jongeren en die met voorrang toewijzen. Bijvoorbeeld impopulaire woningen – al zijn die er tegenwoordig nauwelijks meer. Da’s niet ideaal, maar dan kunnen jongeren tenminste ergens beginnen.
Wat mij betreft mogen we verder nóg meer energie steken in het omturnen van lege bedrijfs- en kantoorruimte. Maak die geschikt voor jongeren of starters. Het hoeft allemaal niet supergoed afgewerkt, het kan ook een kluswoning zijn. In loten zie ik niet veel. Toewijzing wordt dan van geluk afhankelijk.”

Edith Abbring,
adviseur strategie De Wooncompagnie, woningcorporatie in Noord-Holland (circa 15.000 woningen)
?

‘Verbeter de informatievoorziening’

“In ons werkgebied is de druk op de woningmarkt ongelijk verdeeld. In Purmerend is die hoog, in het landelijk gebied in Noord-Holland juist veel lager. Hoe dan ook: bouwen is voor ons de beste aanpak. We doen dat dan ook volop. Daarnaast werken we aan een betere doorstroming. Aan het eind van elke verhuisketen zit namelijk altijd een starter die kan beginnen.
Het huidige systeem – met toewijzen op basis van inschrijfduur – dupeert starters, dat is duidelijk. Maar het wordt door woningzoekenden wel als eerlijker ervaren dan loten. Je zou mensen kunnen gaan belonen die actief zoeken, maar het gevaar is dan dat je zelf normen en waarden gaat toevoegen aan het toewijzingssysteem. En het kan strategisch gedrag uitlokken, wat niet wenselijk is.
Voor dit probleem is niet één oplossing. Want starters zijn niet altijd jongeren. Mensen die zijn gescheiden, spoedzoekers en statushouders zijn ook starters. Ik zie wel iets in verbetering van de informatievoorziening. Veel mensen realiseren zich niet dat je ook buiten je woonplaats kunt zoeken naar een woning. In West-Friesland kun je je bijvoorbeeld gratis inschrijven en is de wachttijd veel korter. Waarom geen Funda-achtig portaal voor alle huurders waarop je regio’s kunt vergelijken?”

Cato Frederiks (22),
studente psychologie, huurt bij Ymere in Bos en Lommer, en is actief in Platform Y, een netwerk van jonge huurders van 18 tot en met 35 jaar:

‘Meer bouwen, dat is de oplossing’

“Soms hoor je zeggen: jongeren zouden voorrang moeten krijgen op de woningmarkt. Dat klinkt mooi, maar ik realiseer me dat iederéén – jong of oud – op zoek is naar een woning. Iedereen zou dus ook wel voorrang willen. Ook in loten zie ik niet zo veel. Dat is oneerlijk ten opzichte van de mensen die nu al lang op de wachtlijst staan.
Wat ik zuur vind, is dat je je pas vanaf je 18e verjaardag kunt inschrijven. In Amsterdam moet je vervolgens 15 jaar wachten op een woning, zodat je op je 33e aan de beurt bent, als je allang in een andere levensfase bent en te veel verdient. Ik denk dat scholieren al op de middelbare school vertrouwd moeten worden gemaakt met hoe de woningmarkt werkt. Hoe zit het eigenlijk met huren? Met inschrijven? Veel jongeren weten daar niets van.
Voor mijn huurwoning heb ik een tijdelijk contract. Tijdelijke contracten zouden kunnen helpen bij de oplossing voor het probleem, maar het is wel een tijdelijke oplossing. Je krijgt dan dezelfde toestanden als op de arbeidsmarkt, met al die flexcontracten. Dat levert ook veel stress op. Nee, meer woningen bouwen, dat lijkt me de beste oplossing.”

© Ymere

Delen