Marnix Norder over de corporatiesector

Marnix Norder over de corporatiesector
‘We staan er weer. Maar we zijn er nog niet’

Er gebeurt veel goeds in de corporatiesector, zegt Marnix Norder, voorzitter van brancheorganisatie Aedes. De moeilijke jaren liggen achter ons. Maar hij maakt zich ook zorgen. De belastingdruk op de corporaties blijft maar oplopen, terwijl de politiek juist nu veel van de sector verwacht. Dat moet écht anders.

Kracht: we staan er weer
“Ik zie ongelooflijk veel driving force. Er is een enorme drang om goede dingen te doen. Op werkbezoek spreek ik corporatiebestuurders die all out gaan op verduurzaming, op betaalbaarheid, op andere thema’s. Je voelt de energie. Dat was een paar jaar geleden wel anders. Toen keken corporaties vragend om zich heen: wat verwacht men nog van ons? In de krant stond alleen wat verkeerd ging. De maatschappelijke waardering was weg. Daar zijn we gelukkig aan voorbij. Veel gemeentebestuurders, van welke politieke kleur dan ook, zien in dat corporaties cruciaal zijn voor de toekomst, of het nu woningbouw is of verduurzaming. De sector heeft dan ook veel te bieden op die punten.”

Belastingdruk: te hoog gezien de verwachtingen
“Tegelijkertijd neemt de belastingdruk almaar toe. In zo’n vijftien jaar tijd is de fiscale druk op de sector verdubbeld, de komende jaren loopt het nog verder op. Van de jaarlijkse huuropbrengst gaan straks vier maanden naar de Belastingdienst. Dat maakt me echt boos. Ik vind het sociaal onrechtvaardig. Via de achterdeur laten we mensen met een kleine beurs zo nog eens extra betalen. De sector moet met minder geld zijn werk doen, én méér maatschappelijke verwachtingen vervullen: woningbouw, verduurzaming, betaalbaarheid, wonen voor mensen met een rugzakje. Dat kan niet! Gelukkig wordt er naar ons geluisterd. Het begin van erkenning is er dat dit zo niet kan. Maar goed geregeld is het nog niet.”

'Van de jaarlijkse huuropbrengst gaan straks vier maanden naar de Belastingdienst'

Marnix Norder

Woningwet: op zich goed, maar doorgeslagen
“De Woningwet is eigenlijk gewoon goed. Prima dat er beschermingsmaatregelen zijn getroffen, zowel qua taken als financieel. Er ligt een helder kader waarbinnen corporaties kunnen opereren. Wel moet de Woningwet nog worden ontdaan van zijn doorgeslagen kantjes. In zijn bizarre detaillering is het nu één en al gestold wantrouwen. De Autoriteit woningcorporaties heeft bevoegdheden om de kleinste dingen af of goed te keuren, zelfs de verkoop van één lullig tuinhuisje. Dat moet echt beter, met meer ruimte en verantwoordelijkheid voor corporaties, binnen bepaalde grenzen. Minder overheidsregulering, meer eigen verantwoordelijkheid – maar wel gesteund door een goede governance, en altijd transparant voor huurders, samenleving en politiek. Nu ontneemt de wet de woningcorporaties hun eigen verantwoordelijkheid, waardoor sommige zaken (zelfs) niet van de grond komen.”

Collegeakkoorden: kleur minder van belang dan ambitie
“Of een gemeentebestuur overwegend links of rechts is, is voor een corporatie eigenlijk van ondergeschikt belang. Belangrijker is dat je een college hebt dat écht iets wil. De afgelopen jaren heb ik in sommige steden gezien dat wethouders soms meer met elkaar bezig waren dan met het besturen van de stad. Maar juist krachtig stadsbestuur is nu zó belangrijk. Als je een duidelijke lijn kiest, is uitstekend samen te werken met corporaties en de markt. Vanuit schuttersputjes breng je niets van de grond. Ik gun gemeenten en woningcorporaties daarom constructieve bestuurscolleges: besturen die ruimte ter beschikking stellen voor nieuwbouw, en die ervoor gáán, in plaats van eindeloos te palaveren.”

© Ymere

Delen