enerzijds, anderzijds

Van de opvang naar een eigen huis

Steeds meer kwetsbare mensen stromen uit de voorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen door naar een eigen (huur)woning. Dat is beter voor deze groep. Maar ook voor de samenleving, want de kosten van opvang zijn hoog. In 2017 haalde Ymere alle taakstellingen voor de huisvesting op dit gebied, in nauwe samenwerking met gemeenten en zorginstellingen. Hoe gaat het met die samenwerking? En wat kan nog beter? Vier gezichtspunten.

Clemens Blaas,
bestuurder HVO-Querido, Amsterdam

"De samenwerking verder vervolmaken"

“Kwetsbare huurders die op zichzelf gaan wonen, hebben – zeker in het begin – ondersteuning nodig. Dankzij de samenwerking tussen zorgverleners, woningcorporaties en de gemeente gaat dat goed. Die samenwerking is belangrijk: alleen als we samen zorgen voor een goed vangnet, is er kans van slagen. Daarom hebben we duidelijke werkafspraken gemaakt, met allerlei waarborgen erin. Bij overlast, bijvoorbeeld, volgen we een overlastprotocol. De beheerder van Ymere komt dan in actie. Dat gaat snel en adequaat.

Deze samenwerking moeten we nu vervolmaken. Dat wil zeggen: ons goed houden aan de gemaakte afspraken en het werk goed afstemmen. Daarnaast moeten we eigenlijk nóg meer gezamenlijk doen. Vooral de mensen met wie het niet goed gaat, moeten we actief benaderen – en waar nodig begeleiding bieden. Daarbij kan Ymere een rol spelen. Als beheerders problemen signaleren, kunnen ze contact met ons opnemen.”

Elly Driebergen,
plaatsingscoördinator GGZ in Geest, Hoofddorp:

"Nog iets meer ruimte bij de plaatsing"

“Vroeger bleven mensen met problemen zo lang mogelijk in de kliniek. Dat maakte ze afhankelijk, vaak langer dan nodig. Nu proberen we onze cliënten een volwaardige plek in de samenleving te laten innemen zodra dat kan. We kijken daarbij natuurlijk of een cliënt wel écht zelfstandig kan wonen. Een contract tussen ons, de cliënt en de woningcorporatie garandeert daarbij de juiste begeleiding. Dat gaat 9 van de 10 keer goed. Als er iets is, bijvoorbeeld overlast of problemen met de huurbetaling, word ik meteen gebeld door Ymere. Ik kan dan snel schakelen.

Als we nog iets meer flexibiliteit en manoeuvreerruimte zouden hebben bij de plaatsing, zouden we het nog beter kunnen doen. Nu kunnen we bijvoorbeeld alleen regelen dat overlastplegers niet in een bepaalde straat terecht komen. Ook zouden we nog wat meer energie kunnen steken in de acceptatie door de omgeving. Ik merk dat het helpt als je goed luistert naar bezwaren van omwonenden.”

Harm van Rijn,
coördinator Vastgoed RIBW-K/AM, Haarlem

"Compacte samenwerking, dat werkt het best"

“Zo’n tienduizend mensen die nu in voorzieningen voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen zitten, kunnen eigenlijk best zelfstandig wonen. Dat blijkt uit landelijk onderzoek. Wij willen die zelfstandigheid bevorderen. Een ‘compacte’ werkwijze, waarbij we nauw samenwerken met de gemeente en de woningcorporatie, blijkt het beste. Waar nodig, betrekken we er andere partijen bij.

Wie op zichzelf gaat wonen, sluit een huurovereenkomst met Ymere en een woonbegeleidingsovereenkomst met ons. Dat omvat een zorg- en begeleidingsplan. Zo koppelen we begeleiding aan wonen. Eerst tijdelijk, maar als het goed gaat, volgt na twee jaar een reguliere huurovereenkomst. En gaat het fout, dan zoeken we een andere oplossing. In Haarlem hebben we goede ervaringen met deze aanpak. Daarom gaan we het ook zo doen in Haarlemmermeer. Samenwerking gaat dus het beste in een compacte driehoek, waarbij iedereen elkaar vertrouwt en snel kan vinden. Dat gaat goed, al is er nog iets te winnen op het gebied van onderlinge afstemming en stroomlijning.”

Arjan Spit,
programmamanager huisvesting vluchtelingen en kwetsbare groepen gemeente Amsterdam:

"Er is nog veel te doen"

“In 2017 is ons Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen goed op gang gekomen. Er zijn sociale huurwoningen geleverd, er is begeleiding geboden, en er zijn werkafspraken gemaakt tussen ons, de corporaties en de zorginstellingen. Dat heeft vertrouwen gegeven.

Maar er is nog veel te doen. We kunnen nóg beter worden in het maken van de match tussen cliënt, woning en buurt. Wie komt waar wonen, in welke woning? Als iemand al een goed netwerk heeft in een buurt, is het verstandig om dat te gebruiken. Daarvoor moet je de situatie goed kennen. Dat kan nog iets beter, want ondanks de goede samenwerking zijn de partijen toch nog in hun eigen werkprocessen bezig.

Ander punt: woningcorporaties, huurders en de gemeente hebben afgesproken om 30 procent van de vrijkomende sociale huurwoningen toe te wijzen aan kwetsbare groepen. Die 30 procent moet dan wel zo goed mogelijk over álle stadswijken worden verdeeld. Dat gebeurt nu redelijk goed, maar toch blijven er verschillen. Er zijn wijken waar de draagkracht van de buurt goed is, maar met weinig plaatsingen. Dat kan nog beter.”

© Ymere

Delen